Voor SLS is 1,0 mm minimum voor niet-tragende structuren, 1,5-2,0 mm bij mechanische belasting. Dunner dan 0,8 mm loopt het risico op vervorming of poeder-doorbraak. Voor Carbon LW en PA802CF (vezelversterkt) is 2,0 mm het praktisch minimum, vezeloriëntatie rondom een dunne wand levert onvoorspelbare sterkte.
Waarom er een minimum is bij SLS
SLS bouwt op in lagen van 0,1 mm. Elke laag moet stevig samensmelten met de vorige én mechanisch stabiel blijven wanneer de poederroller de nieuwe laag aanbrengt.
Bij wanden dunner dan ~0,8 mm is er onvoldoende materiaal om die krachten op te vangen. De wand verschuift, deformeert of scheurt. Ook thermisch: dunne wanden koelen sneller af dan omliggende structuren, wat interne spanning en kromtrekken veroorzaakt.
Wandstartdikte per materiaal
PA12 · 1,0 mm voor niet-tragende panelen. 1,5-2,0 mm bij belasting.
PA11 · Zelfde bereik als PA12, met wat meer speelruimte dankzij hogere breukrek.
Carbon LW en PA802CF · Absolute minimum 1,5 mm, praktisch 2,0 mm. Vezels rondom een dunne wand oriënteren zich niet ideaal, effectieve sterkte neemt snel af.
TPU 1301 (flexibel) · 1,5 mm minimum. Dunne TPU-secties kunnen tijdens ontpoederen scheuren.
Zo verifieer je wanddikte in je CAD
Alle major CAD-pakketten (SolidWorks, Fusion 360, Inventor, NX) hebben een wall thickness- of minimum wall-analyse ingebouwd. Draai die vóór je een maakbaarheidscheck aanvraagt.
Bij twijfel: upload het STEP-bestand en vraag onze engineers om een DfAM-check. We geven per zone advies over wanddikte, ribbenpatronen, en shell-opties om zowel gewicht als sterkte in balans te houden.
—