Eerlijk over de grenzen. Minimale wanddikte ~0,8 mm. Toleranties ±0,1-0,3 mm (strakker vraagt CNC-nabewerking). Oppervlak licht korrelig (Ra 10-15 μm). Alleen polymeren, geen metalen, geen glasheldere kunststof, geen productiegrade ABS. Bouwvolume max 500×330×400 mm. Voor onderdelen buiten deze envelop adviseren we een ander proces of hybride aanpak.
Technische grenzen
Wanden onder 0,8 mm worden instabiel tijdens poeder-aanbreng of ontpoederen. Voor tragende structuren adviseren we 1,5-2 mm.
Maattoleranties: ±0,1 mm op kleine kritische maten is ambitieus, ±0,3 mm op grotere maten is de norm. Strakker vraagt CNC-nabewerking.
Oppervlak: na standaard zandstralen is de textuur korrelig. Voor glans of gladheid volgen nabewerkstappen (vibratory tumbling, dye, seal, polish).
Bouwvolume: 500×330×400 mm op de P500. Grotere onderdelen splitsen we of gebruiken we ander proces voor.
Wat materiaal-technisch niet reikt
SLS werkt met polymeer-poeders. Polycarbonaat (glashelder), productiegrade ABS, PP: SLS is niet het pad. Voor die materialen: spuitgieten (na matrijsinvestering) of een andere 3D-printtechniek.
Voor metalen (RVS, aluminium, staal, titaan) verwijzen we naar collega’s met DMLS/SLM of CNC-frezen. Voor extreme temperaturen (>120 °C continu) of chemische agressie ligt PA12 Blue MD op de grens; daarboven PEEK-printing, wat wij niet standaard aanbieden.
Hoe je met de grenzen omgaat
Meestal is er een pragmatische oplossing.
Te dunne wand? Verdik naar 1,5 mm en shell het onderdeel intern.
Strakke tolerantie op één kritieke maat? CNC-frees die zone na.
Te veel oppervlakteruwheid voor showroom-esthetiek? Polijst en spuit.
Onderdeel te groot voor P500? Split het met een verlijmingsvlak.
Onze engineers denken graag mee vóór je besluit dat SLS niet werkt.
—