Het omslagpunt ligt meestal tussen 1.000 en 10.000 stuks per jaar, afhankelijk van geometrie en materiaal. Onder 1.000 is SLS bijna altijd goedkoper (geen matrijs). Boven 10.000 stuks van stabiele PA12-onderdelen wint spuitgieten. Complexe geometrie, wisselende varianten of tijdgevoelige lancering schuiven het omslagpunt naar hoger volume.
De rekensom in principe
Spuitgieten heeft hoge vaste kosten (matrijs €10.000-50.000+, kwalificatie, materiaal-tests) en lage marginale kosten per onderdeel (€1-5). 3D-printen heeft geen vaste kosten en hogere marginale kosten (€10-50 per PA12-onderdeel).
Break-even is waar totaal-kosten gelijk zijn: (matrijs + N × spuitgiet-stukkosten) = (N × 3D-print-stukkosten). Matrijs van €30.000 en €4 verschil per stuk: break-even = 7.500 stuks.
Waarom het geen scherpe grens is
Vier factoren schuiven het omslagpunt.
Geometrie-complexiteit. Complexe onderdelen blijven langer voordelig voor SLS omdat een spuitgietmatrijs duurder wordt.
Materiaalkeuze. Met PA 950 HD daalt SLS-stukprijs 35%. SLS blijft daardoor langer competitief.
Ontwerp-iteratie. Als je nog itereert, is elke design-change een tool-rework van weken en €5.000+. SLS wordt dan structureel voordeliger.
Time-to-market. 2-3 maanden matrijs-wachttijd kost je markt-momentum.
Bij complexe of veranderlijke ontwerpen kan het omslagpunt boven 30.000+ stuks liggen; bij eenvoudige stabiele PA12-onderdelen al bij 3.000.
De hybride strategie die vaak wint
Je hoeft niet één van beide te kiezen. Meest voorkomend: SLS voor bridge-production tijdens de eerste 6-12 maanden, terwijl je de matrijs laat bouwen.
Voordelen: geen wachten op tooling, ontwerp kan nog aanpassen op eerste klant-feedback zonder tool-rework, cash-out van matrijs schuift naar het moment dat je weet dat het product loopt. Zodra spuitgieten runt, gaat SLS uit voor het hoofdproduct. Je kunt SLS behouden voor uitzonderingen, varianten en snelle vervangingen.
Wil je deze rekensom voor je case doorlopen? Praat met een engineer.
—